skip to Main Content

Vaccineren katten

Tijdens de afspraak voor de vaccinatie wordt uw kat uiteraard eerst volledig nagekeken. Naast vaccineren is het minstens zo belangrijk dat we 1 x per jaar goed naar uw kat kijken en al uw vragen doornemen. Katten zijn meesters in het maskeren van ziekten en ouderdomsproblemen. Sommige aandoeningen sluipen erin en uw kat gaat langzaam een klein beetje achteruit. Omdat u dagelijks uw kat ziet mist u vaak deze kleine veranderingen of wijt u dat aan ouderdom. In veel gevallen kunnen we wel degelijk nog wat voor uw kat betekenen en zo het leven een stuk prettiger maken. Hoe eerder we een probleem opmerken hoe beter het vaak te behandelen is.
Overigens kunt u ons altijd bellen wanneer u vragen heeft maar wat uw mening ook is over vaccineren, een jaarlijkse controle is altijd nuttig. Katten kunnen immers niet praten.

Wat is vaccineren?

Vaccineren of inenten is een manier om antilichamen en afweercellen in het bloed te laten ontstaan tegen ziekten. Door een dier in te spuiten met een klein beetje dode of onschadelijk gemaakte ziekteverwekker (bijvoorbeeld een virus) of een onderdeel van die ziekteverwekker, wordt het lichaam aangezet om antilichamen te maken. Komt het dier daarna in aanraking met de werkelijke, levende ziekteverwekker dan is het afweersysteem klaar om meteen te reageren. Daardoor wordt de ziekteverwekker direct uitgeschakeld. Soms lukt dit niet meteen of niet volledig, maar doordat er al antilichamen en afweercellen aanwezig zijn wordt ook dan het bestrijden van de ziekte gemakkelijker en heeft het dier een grotere overlevingskans.

Waarom vaccineren?

In ons land komt een aantal besmettelijke en levensbedreigende kattenziekten voor. Sommige daarvan zijn zeldzaam, andere treden nog regelmatig op. Tegen een aantal ziekten kan uw kat gevaccineerd worden. Op die manier maakt het lichaam antilichamen aan tegen de ziekteveroorzakers en is uw kat beschermd. Zeker waar het ernstige en vaak dodelijke ziekten betreft is dit erg belangrijk. Normaal gesproken worden alle kittens ingeënt en ook daarna worden de vaccinaties regelmatig herhaald. Door deze vaccinatieprogramma’s is een aantal kattenziekten in ons land flink teruggedrongen.

Geadviseerd wordt om te vaccineren tegen:

  • Kattenziekte (feline panleucopenie)
  • Niesziekte (feline herpesvirus)
  • Niesziekte (feline calicivirus)

Optionele vaccinaties

  • Hondsdolheid (Rabies)
  • Niesziekte (veroorzaakt door Bordetella bronchiseptica)
  • Niesziekte (veroorzaakt door Chlamydophyla felis)

Vaccinatieschema
9 weken : Katten-en niesziekte
12 weken : Katten-en niesziekte
1 jaar : Katten-en niesziekte

Daarna jaarlijks de niesziekte en om de 3 jaar de kattenziekte.
Uit onderzoek is gebleken dat vaccineren tegen kattenziekte zeker 3 jaar bescherming biedt na de laatste boostervaccinatie op 1 jaar leeftijd.

Vaccineren is tegenwoordig meer maatwerk geworden. We kijken ook naar het risicoprofiel van de individuele kat. Bijvoorbeeld, is het een binnen kat of leeft de kat vooral buiten, gaat de kat regelmatig naar een pension, etc?

Soms kunnen er redenen zijn om minder vaak te willen vaccineren, bijvoorbeeld als uw kat gevoeliger dan gemiddeld reageert op vaccinaties. Het is mogelijk om de hoeveelheid antilichamen in het bloed te laten bepalen door een bloedtest af te laten nemen (een titerbepaling). Bij de kat is een titerbepaling van de niesziekte helaas niet betrouwbaar en ook niet zinvol gebleken. Voor de kattenziekte is wel een betrouwbare titerbepaling beschikbaar. Echter moet men wel realiseren dat een titerbepaling niets zegt over hoe lang uw kat nog beschermd zal zijn. Het is dus een momentopname en geeft geen garanties.

Niesziekte
Niesziekte kan door verschillende virussen (feline calici en feline herpes) en bacterieen (Bordetella bronchiseptica, Chlamydophyla felis) veroorzaakt worden. Het is een veel voorkomende aandoening bij kittens en volwassen katten. Katten krijgen vooral voorste luchtweg klachten zoals niezen, hoesten, pussige uitvloeiing uit de neus, en ontstoken ogen. Bij zwakkere katten kan het leiden tot longontsteking en in sommige gevallen kan dat dodelijk zijn. Katten kunnen daarentegen ook klachtenvrij drager zijn en zo ongemerkt andere katten besmetten. Het kan ook een chronische ziekte worden. Deze is erg vervelend en laat zich doorgaans moeilijk behandelen. Katten worden in Nederland standaard geënt tegen niesziekte.
Katten van alle leeftijden en rassen kunnen niesziekte krijgen. Net als bij andere infectieuze aandoeningen is de kans op het krijgen van niesziekte groter bij dieren die in grote groepen leven.

Katten die gebruikt worden in de fokkerij, kittens, katten wonend in asiels en zwerfkatten hebben een vergrote kans om de ziekte te krijgen.

ACUTE NIESZIEKTE
Oorzaken van acute niesziekte bij de kat

De belangrijkste veroorzakers van niesziekte zijn:

  • Feline herpes virus (FHV, FHV-1, feline rhinotracheitis virus): geeft de ergste klachten (algehele malaise, oogontsteking, niesen, snotteren)
  • Feline calicivirus (FCV): geeft mildere klachten (ook zweertjes in de mond)

De klachten kunnen verergerd worden door bacteriën:

  • Bordetella bronchiseptica (met name bij groepen katten)
  • Chlamydophila felis, Chlamydophila psittaci (veel oogklachten, prut uit ogen)
  • Mycoplasma
  • diverse bacteriën

Symptomen van acute niesziekte

De typische verschijnselen van niesziekte zijn:

  • niesen, verkouden (neusuitvloeiing)
  • rode ogen, ooguitvloeiing
  • sloomheid
  • verminderde eetlust
  • koorts
  • jongere dieren hebben vaak heftigere verschijnselen: hoe jonger het dier, hoe zieker het is van niesziekte

Sommige dieren hebben ook:

  • overmatig kwijlen door keelpijn (zweren). De zweertjes op de tong en het gehemelte worden veroorzaakt door het feline calicivirus.
  • beschadigingen van het hoornvlies (het doorzichtige deel van het oog)
  • hoesten
  • kreupelheid
  • benauwdheid (longontsteking)
  • oedemen (zwellingen in gezicht of aan poten)
  • abortus

Kattenziekte (feline parvovirus, FPV)
Het kattenziektevirus veroorzaakt een zeer besmettelijke en vaak dodelijke maagdarmonsteking.
Infecties bij zwangere poezen kunnen leiden tot abortus of hersenschade bij de kittens.
Omdat het virus ook het immuunsysteem aanvalt, daalt de weerstand van katten met kattenziekte en daardoor wordt het dier tevens vatbaar voor andere virussen en bacteriën.

Besmette dieren verspreiden het virus via de ontlasting. Een kitten kan zich besmetten door contact met een ziek dier, een net hersteld dier of een besmette (en niet ontsmette) ruimte. Het virus kan ook via de kleding en handen van verzorgers worden overgebracht.
Het kattenziektevirus is een hardnekkig virus. Het virus kan in een donkere en vochtige omgeving maanden tot jaren overleven.

Symptomen van kattenziekte

  • Braken
  • Diarree
  • Uitdroging
  • Plotselinge dood bij (jong-)volwassen katten met niesziekte-achtige klachten
  • Abortus en hersenschade bij kittens
Back To Top